Wachten op Demjanjuk

Als de crèmekleurige ronde rechtszaal 101 in het Landsgericht München een worstelring zou zijn, dan hielden gisteren Nederlandse nabestaanden kampbewaker John Demjanjuk (90) stevig in een wurggreep. Om hem tot spreken te dwingen. Na veertien maanden krijgen ze genoeg van de sterallures waarmee de verdachte oorlogsmisdadiger in een rolstoel wordt binnengereden; honkbalpet en zonnebril op. In zijn hand een bordje met het cijfer 1627. Het verwijst naar een ontlastend document uit Rusland, dat samen met stukken uit een eerder proces in Israël z’n onschuld moet bewijzen. Een arts en verpleger helpen hem op zijn bed, waar hij de hele zitting blijft liggen, starend naar het plafond. Het toneelstuk wordt gelaten aanschouwd door Martin Haas (74). Het liefste pakte hij deze Ivan de Verschrikkelijke bij de lurven. Vele familieleden maakten deel uit van de groep van circa 27.900 met name Nederlandse joden die tussen 26 maart en 1 september 1943 door de handen van lieden als Demjanjuk omkwamen. ‘Je was in Sobibor om te moorden of vermoord te worden. Er werden geen bloemen geplukt.’

Dan is het de beurt aan Demjanjuks advocaat Ulrich Busch (64), een rijzige man met wit baardje, die een dikke aktetas vol dossiers over de tafel uitstrooit. Dat belooft ook op deze 85e procesdag niet veel goeds. En inderdaad. Volgens hem is er sprake van een persoonsverwisseling. Mensen als Demjanjuk  werden vooral gebruikt voor de bewaking van het vernietigingskamp  in  Oost-Polen dat  tussen april 1942 en oktober 1943 bestond en waar zo’n 170.000 mensen omkwamen: wie wilde ontsnappen, kreeg de kogel of de strop. Hij had geen keuze.  Goedkeurend zwaait Demjanjuk zijn arm boven de bedleuning uit. Uit ergernis speelt Rob Fransman (70) een spelletje scrabble op zijn iPad. ‘Ik heb de bezwaren van de advocaat al 25 keer gehoord. Ik denk dat zijn opdracht is het proces te rekken tot Demjanjuk onschuldig sterft.’ Fransman ziet er een complot achter, gesteund door zijn Oekraïense vrienden.

Volgende week spreekt de Amsterdammer samen met veertien andere Nederlanders als medeaanklagers de rechtbank toe. ‘Het zullen persoonlijke verslagen worden.’ Hij verloor beide ouders in Sobibor. Marcus de Groot (71) uit Edam zal verhalen hoe zijn vader en moeder in het voorjaar van 1943 zaten ondergedoken in Tilburg en na verraad werden afgevoerd. ‘Ik was 3,5 jaar en speelde bij de buren. Het was mijn redding.’ Ook De Groot verwerpt de motivatie dat Demjanjuk geen keuze had. ‘Hij maakte onderdeel uit van de afschuwelijke moordmachine en elk radertje was er een.’ Fransman, die naast hem zit, knikt. ‘Als Demjanjuk echt was gedwongen, kan hij dat zelf zeggen.’

Tweemaal anderhalf uur per procesdag kan Demjanjuk aan. Als de rechter de zitting verdaagt, rijdt de bejaarde monter in zijn rolstoel de zaal uit. Zijn laatste dreigement is een hongerstaking als hij niet 700.000 extra pagina’s mag inbrengen. Maar rechter Ralph Alt vindt dat zoeiets de zaak te veel vertraagd en geen nieuwe feiten boven water haalt. Het vonnis wordt op 22 maart verwacht. Dat is: Als Ivan niet te zwak en misselijk is om te verschijnen.

Het verhaal Wachten op Demjanjuk staat in De Pers. De foto nam ik in de rechtszaal.