Vorden Capituleert

 

U kent de voorgeschiedenis. Het inmiddels dubieuze Comité 4 en 5 mei wilde dat na de plechtigheid voor de Nederlandse en Geallieerde gevallenen de bezoekers ook langs het graf van 10 Duitse militairen zouden lopen. Als teken van vergeving, tolerantie, of zoiets.

Bij aankomst in Vorden stopte ik even bij de plaatselijke bibliotheek. Het verhaal ging dat op de Algemene Begraafplaats jonge Duitse soldaten lagen, die er ook niks aan konden doen. Welnu, dat is onzin bleek uit het leerzame boek ‘Vorden tijdens de bezetting’ van Robert Ellenkamp. Daarin las ik dat onder de grijze natuurstenen graven vier leden lagen van de Luftwaffe die na een missie met hun Junker-toestel waren neergestort. Een ander stierf aan schotwonden en weer een ander, een Luftwaffe-officier, werd door Letten doodgeschoten. De leeftijd fluctueerde tussen de 20 en 38 jaar. Niks geen Hitlerjugend dus.

Voor wie het niet weet, de Luftwaffe behoorde samen met de SS tot de grote steunpilaren van het nazi-regiem. Dat leerde ik van de auteurs Sönke Neitzel en Harald Welzer die een analyse maakten over de Duitse vechtmentaliteit op het einde van de oorlog in hun boek ‘Soldaten – over vechten, doden en sterven’. Daarin stellen ze dat van de drie krijgsmachtonderdelen de Luftwaffe het meest optimistisch was over de ‘goede’ afloop. Meer dan de marine en de landmacht. In het boek van Ellenkamp las ik overigens ook dat 53 inwoners van Vorden omkwamen tijdens de oorlog. De Duitsers hadden dus aardig huisgehouden in dit dorpje in de Achterhoek.

Daarna belde ik partijleider Constant Kusters van de Nederlandse VolksUnie. In gedachte zag ik hem met skinheads en andere neonazi’s voor de Duitse graven een groet brengen. ‘Ik zit thuis. Huisvader hè.’ Hij bezoekt nooit een dodenherdenking op 4 mei.

Hij hoefde ook niet te komen, het werd voor hem gedaan.

Want wie schetst mijn verbazing toen de verzamelde circa 150 aanwezigen, doorsnee Nederlandse burgers, jong-oud, man-vrouw, na de 2 minuten stilte en enkele liederen langs de graven van de uitvoerders van een van de verschrikkelijkste oorlogen uit de mensheid liepen. En daarbij een triest medelevend gezicht trokken.

‘Moet 67 jaar na de oorlog kunnen,’ motiveerde een wandelaar.

Wie niet meeliep was burgemeester VVD’er Henk Aalderink. De rechter in kort geding aangespannen door het Federatief Joods Nederland verbood dat hij zich aansloot. En als ‘burgervader’ had hij daar flink de smoor in.

Mijn mening luidt dat iedereen de graven van Duitse militairen mag bezoeken in Nederland, maar doe dat uit respect niet op de avond van 4 mei. Roep het beeld op van concentratiekampen, fusillades en grenzeloze vernedering en u snapt waarom. Één dag van het jaar principieel kiezen tussen agressor en slachtoffer lijkt me niet te veel gevraagd. Toegeven is capituleren aan het kwaad.

Op de begraafplaats liep ook de jood Frits Gies (82) rond. Die ging natuurlijk niet langs de Duitse graven. ‘Is het geen schande,’ vroeg ik hem wijzend naar de meute.

Hij zocht naar woorden en antwoordde: ‘Het is niet krachtig.’ Hun slappe houding bedoelde hij. En voegde daar als voormalig onderduiker aan toe: ‘Maar dat heb ik wel meer meegemaakt.’ Ik gaf hem een verontschuldigende hand en zei: ‘Nou, ik schaam me rot,’ stapte in de auto en reed weg. Op zo’n dag ben ik blij dat ik in België woon.

De foto nam ik met mijn iPhone voor de Duitse graven. Er werden ook bloemen gelegd.