Rechtszaak
Ik kan nu wel schrijven waar ik al die tijd zat: Afghanistan. Ik was bezig met een inventarisatie van de schade die Task Force Uruzgan tot nu toe heeft aangericht.
U weet, sinds 1 augustus 2006 brengt Nederland in de provincie Uruzgan stabiliteit namens de NAVO-geleide Internationale Veiligheidsmacht ISAF. En dat, weet u inmiddels ook, gaat gepaard met veel geweld. Bij het lucht- en artillerie bombardement op het dorp Qala-e-Ragh in het district Chora op 16 juni kwamen zo’n tachtig burgers om. In het dorp Kakrak in het district Deh Rawod stierven volgens getuigen op 25 september door bombardementen zo’n 76 burgers. Onder de overlevenden is een man die op één nacht 22 familieleden verloor. Maar ik heb meer getuigenverklaringen van mensen die door luchtbombardementen familieleden verloren.
Verschillende van deze militaire acties, waar Nederland als leidende natie van Task Force Uruzgan verantwoordelijkheid voor draagt, zouden zijn uitgevoerd zonder waarschuwing en met buitenproportioneel geweld wat indruist tegen de Geneefse Conventies. Nabestaanden hebben nu de Amsterdamse advocate en tevens hoogleraar Internationaal humanitair recht Liesbeth Zegveld gevraagd voor hen een rechtszaak te beginnen.
Deze week heb ik er een verhaal over in Nieuwe Revu en Eenvandaag besteedt er vanavond aandacht aan. Dus lezen en kijken.
Het is voor de eerste maal dat Nederlandse militairen zich tegen een aanklacht voor mogelijke oorlogsmisdaden moeten verdedigen. De zaak zal een hele lange staart hebben.