Over Kipp & Olij

De voormalige SS-er en SD-er Abraham Kipp (Den Haag 2 juni 1917) die ook bekend stond als ‘De beul van Ede’ stierf op 6 juli 1995 en ligt begraven op de Duitse Begraafplaats ‘Cementerio Alemán’ in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. In 1949 werd Kipp bij verstek ter dood veroordeeld, omgezet in levenslang, voor zijn aandeel bij het opsporen van joden en verzetsmensen waarvan zeker 15 omkwamen in concentratiekampen, waaronder kinderen van 6 en 8 jaar oud. Hij gold als een van de zwaarste van de voortvluchtige Nederlandse oorlogsmisdadigers. De grijze grafsteen op rij 1-EF nummer 83 vermeldt de data van zijn schoonmoeder, Rosa Grossenbacher. Dat zijn naam niet in het graniet is gebeiteld komt volgens een medewerkster van de begraafplaats in de wijk Chacaritas vaker voor. Ze toont een roze inschrijvingskaart die bevestigt dat Kipp, vijftig jaar lang op de vlucht voor de Nederlandse justitie, op 8 juli 1995  hier zijn laatste rustplaats vond. Ook zijn vrouw Lilly Grossenbacher ligt sinds 1999 in dit graf. De achtergebleven familie bekommert zich er weinig om. ‘De achterstallige grafrechten bedragen 3.520 pesos (700 euro) en zijn sinds 2000 niet betaald.’

Abraham Kipp woonde jarenlang op de Olazábalstraat 471 in Boulogne sur Mer, een gegoede middenstandswijk met veel oud-nazi’s. Een overbuurman kende de teruggetrokken Kipp vaag. ‘We zagen hem weinig.’ Kipp werkte bij een bouwonderneming en op het kantoor van de Duitse Siemens fabrieken.  In 1988 toen journalisten van het Haarlems Dagblad hem opspoorde, dook hij opnieuw onder. Zijn zoon Pedro Kipp woont niet ver in een verwaarloosd huis waarvan de gordijnen zijn dichtgetrokken. Nors weigert hij bij aanbellen commentaar. ‘Mijn vader is al lang dood. Ik wil er niks mee te maken hebben.’ Zijn vrouw Ursala: ‘De geschiedenis interesseert ons niks.’

De eveneens voortvluchtige SS-er Jan Olij stierf op 8 mei 1996. Hij  ligt begraven in ‘Jardín de los ceibos’ in de wijk La Matanza (zie foto boven). De boomlange en voormalige prof-bokser (Landsmeer 10 augustus 1920) vocht aan het Russische oostfront en zou daar hebben meegewerkt aan de executies. Terug in Nederland was hij werkzaam bij de Arbeidscontroledienst en Grüne Polizei en hielp bij het opsporen en mishandelen van onderduikers en verzetsmensen. In 1949 werd hij bij verstek veroordeeld tot twintig jaar cel.

De boomlange Jan Olij belandde via Spanje en Brazilië in Argentinië. Hij verdiende de kost met bokswedstrijden, was bodyguard van de gouverneur van de provincie Mendoza, vertaler en schilder. Tientallen jaren woonde hij aan de Deseado 5571 in de gemeente Isidro Casanova in het Departement Buenos Aires. Zijn weduwe Rosita, van Italiaans-Franse afkomst is inmiddels 92 jaar. Bij het hek zegt ze: ‘Hij was een beschaafde man, muy educado’.  Olij’s  enige zoon Spencer  runt een drukkerij. ‘Mijn vader sprak vaak over de oorlog. Spijt heeft hij nooit betoond over zijn daden. Hij vond dat hij het correcte deed.’

Spencer Olij meldt dat zijn vader bij het aanvragen van de Argentijnse nationaliteit ‘assistentie  van de Nederlandse ambassadeur’ kreeg. ‘Het is allemaal officieel gegaan. De ambassade gaf hem de papieren waarmee hij de Argentijnse nationaliteit in 1951 kreeg. ‘

Het verkrijgen van de Argentijnse nationaliteit bemoeilijkte in ernstige mate uitlevering aan Nederland voor het uitzitten van zijn straf. De toenmalige ambassadeur in Buenos Aires heette Bernard Klijn Molenkamp. ‘Toen die weg ging zei hij tegen mijn vader: ‘je kunt beter niet meer op de ambassade komen.’ Of Kipp ook hulp kreeg bij het verkrijgen van de Argentijnse nationaliteit is niet duidelijk. Het archief van het gezantschap uit die jaren, wat duidelijkheid kan verschaffen ligt opgeslagen in het Nationaal Archief in Den Haag. Het ministerie van Buitenlandse Zaken meldt dat in verband met de ‘eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer’ de kasten niet eerder dan 2020 en 2025 opengaan.

Het Simon Wiesthal Centrum, dat jacht maakt op oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog, hekelt al jaren de Nederlandse aanpak. In de jaren 80 en 90 werd de Nederlandse overheid meerdere malen gemaand tot meer druk. De Argentijnen vonden dat hun straf ‘hulpverlening aan de vijand’, een misdaad is die in Argentinië geen rechtsgrond heeft. Ook zouden de misdaden tegen de tijd van een officieel uitleveringsverzoek in 1988 verjaard zijn.

In zijn bureau in Buenos Aires zegt Sergio Widder directeur Latijns-Amerika: ‘Met een krachtiger verzoek vanuit Nederland zouden de twee zijn uitgeleverd.’ De laatste 25 jaar zijn vier oorlogscriminelen Argentinië uitgezet waaronder kampcommandant Josef Schammberger in 1987 en in 1995 van Erich Priebke verantwoordelijk voor de executie van 335 gevangenen in Italië in 1944. ‘De latere Argentijnse politiek was meewerken aan het uitzetten van Nazi’s.’

Argentinië was in de jaren vijftig een populair vluchtoord. Nazi-topcriminelen als Adolf Eichmann en kamparts Joseph Mengele genoten jarenlang onschendbaarheid. Een derde voortvluchtige Nederlander Siem Riphagen, die ook lang in Argentinië leefde, overleed in 1973 in Zwitserland.

Het artikel Nedernazis al jaren dood.