Ondraaglijke lafheid

Waar blijven de reportages over die andere zijde? Over de dingen die we misschien níet goed doen? Neem Irak en Afghanistan. Wáár zijn de tranen van wat we aanrichten? Wáár blijft de interesse over wat we hebben achtergelaten? De onschuldige doden? De onschuldige gewonden, het weggegooide belastinggeld ter waarde van miljoenen euro’s?

Nu loop ik alle lange tijd mee in de verslaggeving, dus ik maak me niet ongerust. Die diepgravende verslagen komen er écht wel. Maar altijd achteraf. Neem onze journalistieke rol in Indonesië. Dat duurde ook een jaar of 25. Of actueler: Neem onze rol bij Srebrenica, juli 1995. Dat drama werd ook serieus genomen, maar jaren na afloop. Op het moment suprême, toen de doden vielen, werd er verslag gedaan van feestende militairen, regeringsleiders en een lid van het Koninklijk Huis in Camp Pleso, nabij Zagreb.

Onze aanwezigheid in Afghanistan is hetzelfde laken een pak. 99 procent van de journalistieke aandacht belicht de Nederlandse zijde in het conflict. En als we eenmaal weg zijn, komt de analyse. Wat is er fout gegaan? Wat deden we daar überhaupt? Moeten we geen schuldigen aanwijzen? Zodat de Nederlandse bevolking –idem de Nederlandse journalistiek- de handen in onschuld kan wassen.

De laatste tijd irriteert me vooral de lafheid van de Nederlandse opiniemakers. Waar blijven de vlammende betogen van de columnisten? Waar zijn de commentatoren? De kritische eindredacteuren? Hoofdredacteuren? Waar zijn de dwarse intellectuelen op universiteiten? De rebellerende studenten?

Wie durft nú zijn mond open te doen? In deze blog geef ik daarvoor de laatste jaren volop redenen: Bombardementen op Afghaanse dorpen, krijgsgevangenen die zo maar verdwijnen. Het doodschieten van Irakese burgers. Maar critici zwijgen. Vragen niet eens om nader onderzoek. Totdat . . . ja totdat . . . totdat het niet meer gevaarlijk is voor onze vaderlandse helden.

De foto is van een zwakbegaafde jongen in Uruzgan. Volgens zijn vader weggejaagd door de bewoners van zijn dorp én door Nederlandse militairen! (Hij gooide stenen naar ‘onze’ jongens. Ik heb die quote op tape voor als u twijfelt) Het is oh zo illustratief.