Lessen uit de oorlog
Het is weer hommeles in Uruzgan. Nederlandse verkenners rollen door het zand met hun superieuren en leidinggevenden van de gevechtseenheden klagen over het materieel. Vandaag schrijf ik erover in De Pers.
Ik verwijs naar Sun Tzu, een Chinese militaire strateeg die al 25 eeuwen geleden waarschuwde voor de Nederlandse malaise. In die tijd was bekend dat als vechters een opdracht weigeren zij geen vertrouwen in hun superieuren hebben. Deze oude zienswijze beaamt voorzitter Wim van den Burg van de militaire vakbond AFMP: “De 24 verkenners vonden dat ze te weinig tijd hadden bij de voorbereiding voor een missie buiten de poort. De verkenners hebben meerdere uitzendingen achter de rug en zijn gewend aan hoge spanning. Er is iets fundamenteels mis als wrijving bestaat met het kader.”
Kritiek spuien ook commandanten van de Battlegroup in een brandbrief naar hun vakbond VBM/NOV. Daarin klagen ze over te weinig pantserwagens en wat er rijdt, gebukt gaat onder zo’n grote slijtage dat het ‘Nederlandse levens in gevaar kan brengen’.
De kritieken leggen bloot dat na twee jaar ‘Missie Uruzgan’ de Nederlandse militairen er beroerder voorstaan dan bij het begin van de missie in augustus 2006. Het aantal Talibanstrijders is de laatste twee jaar verdubbeld tot circa 4.000 die tachtig procent van het oppervlakte controleren.
Vrienden, essentieel voor levensbeschermende inlichtingen, zijn de laatste twee jaar nauwelijks gemaakt. Het doodschieten, twee weken geleden, van districtchef Rozi Khan door Australische troepen, waarmee de Nederlanders nauw samenwerken, voedde het wantrouwen bij de bevolking. Als politiechef speelde Rozi Khan in juni vorig jaar een cruciale rol bij de verdediging van het district Chora tegen oprukkende Talibanstrijders. Veel inwoners zien in zijn dood een bevestiging van een geheime deal waarin geld en wapens worden geleverd aan de Taliban met het oogmerk de buitenlandse aanwezigheid in hun land te legitimeren. “De meeste ambtenaren en het publiek zeggen dat de veiligheid door zijn dood zal verslechteren,” meldde een lokale ontwikkelingswerker in Tarin Kowt mij. Het zenuwslopend zoeken naar van het grootste gevaar, de bermbommen, is een taak die de Nederlanders na twee jaar iedere dag met gevaar voor eigen gevaar moeten ondernemen. Lokale hulp is er nauwelijks. Terwijl de vijand meer dan ooit bescherming vindt onder de burgers. Om met de Chinese Sun-Tzu te spreken in ‘De kunst van het oorlogsvoeren’: ‘Hij die noch de vijand noch zichzelf kent zal in ieder gevecht gevaar lopen.’
Op de foto staat Rozi Khan die ik sprak bij mijn laatste bezoek aan Uruzgan. Hij prees toen de buitenlandse troepen uitdrukkelijk.