Koerdistan
Koerdische opstandelingen gebruiken de bergen van Noord-Irak als uitvalsbasis voor een oorlog met de buurstaten, schrijf ik vandaag in De Pers. Afgelopen maand bezocht ik twee van deze Peshmerga-groepen.
Voor de nieuwbakken Amerikaanse president Barack Obama vormen de Koerdische rebellen in een van de meest politieke turbulente gebieden van de wereld een hoofdpijndossier. Soms zijn ze vriend en soms zijn ze vijand. De Koerden van Noord-Irak hielpen de Amerikanen bij de invasie van Irak in 2003. De Koerden van Turkije daarentegen ondermijnen met aanslagen een van zijn meest trouwe Navo-bondgenoten. Een derde groep, de Iraanse-Koerden, moet hij paaien als hij tot de omverwerping van het streng islamitische regiem van Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad besluit. Die druk neemt zeker toe toen deze maand het Internationaal Atoomenergie Agentschap IAEA bekend maakte dat Iran voldoende uranium heeft geproduceerd voor de productie van een atoombom. Op zijn eerste persconferentie als gekozen kandidaat sprak Obama dan ook gespierde taal. ‘Ik denk dat de productie van nucleaire wapens door Iran onaanvaardbaar is.’
Koerdische opstandelingen worden door het Turkse en Iraansde leger achtervolgd tot diep in Irak. Volgens een gids zijn de bombardementen geen vergelding voor aanvallen vanuit Noord-Irak, maar een strategie om de Koerdische Autonome Regio in Noord-Irak (2 x Nederland) te vernietigen. ‘Ze willen niet dat dit vrije Koerdistan zich verder ontwikkelt en de Koerdische gebieden in Turkije en Iran ook meer vrijheid krijgen.’
Lees het hele verhaal Tussen de statenloze rebellen