Journalist moet geen loopjongen zijn van Islamitische Staat

 

Door de actieve houding van deze twee, en meer collega’s werkzaam in het veld, ontstaat bij rechters, politici en burgers een beeld dat het halen van tientallen aanhangers met kroost van een terreurgroepering bon ton is. Zelf keur ik dit pr-gestunt om verschillende redenen af.

 

-De spijt die moeders en familie voor de camera betuigen en waarbij de journalistiek als doorgeefluik functioneert, kan onmogelijk op juistheid worden getoetst. IS-vrouwen hebben een actieve rol gespeeld bij het vervolgen, martelen en doden van Jezidi’s, Koerden, Christenen, Alawieten, Sjiieten en gematigde soennieten. Wie zegt dat de spijtoptanten geen theater spelen?

– Islamitische Staat traint en indoctrineert kinderen vanaf jonge leeftijd. Deze zogenaamde welpen veroorzaken volgens oud AIVD-baas Rob Bertholee, op een bijeenkomst 31 januari 2018 in het Europees Parlement, ‘problemen’ bij terugkomst. Want ‘gehard en gehoorzaam’ wordt de IS-jeugd door de terreurorganisatie meer vertrouwd dan oudere Syrië-gangers. Hoewel het risico door inlichtingendiensten wordt erkend, hoor ik geen journalistieke pleitbezorger vertellen dat hij of zij (mede)verantwoordelijkheid accepteert als een teruggekeerde moeder of kind een aanslag pleegt.

-Een ieder die roept dat de moeders en kinderen een Belgisch of Nederlands paspoort bezitten, en daarom recht hebben op hulp, gaat voorbij aan het feit dat velen een tweede nationaliteit bezitten, bijvoorbeeld de Marokkaanse, en de vaders van elders komen, ze kunnen dus ook naar dat andere land afreizen. -Wie meent dat het ophalen uiteindelijk veiliger is, omdat we hier toezicht kunnen houden, herinner ik aan les één in zelfverdediging: nodig je vijand nooit thuis uit!

-Een ander belangrijk argument tegen journalistieke terugkeeracties is het geven van een verkeerd signaal aan vechtersbazen in nieuwe oorlogen. Zij zullen uitreizen in de overtuiging dat mocht de strijd mislukken altijd aan een veilige terugkeer van hun kinderen wordt gewerkt.

Ik pleit niet voor een black out over het onderwerp van gefrustreerde IS-gangers met baby’s die geen enkele schuld dragen. Maar als journalist hoef je niet op pad te gaan met hulporganisaties die een eigen politieke agenda hebben, je hoeft niet aan tafel te zitten met familieleden die begrijpelijk voor eigen kroost kiezen, ook al maakte vrouw en dochter onderdeel uit van een kwaadaardig regiem. De werkwijze van mijn collega’s zou bij (ex) aanhangers van het nationaalsocialisme ondenkbaar zijn. En terecht. Waarom dan wel sympathie wekken voor (ex) sympathisanten van moslimextremisme die mannen, vrouwen en kinderen executeerden, onthoofden en tot slaaf maakten? Professionele afstand is hier op zijn plaats.

 

Nu wordt oneerlijk spel gespeeld. Tienduizenden slachtoffers van IS-terreur in kampen rond de verwoeste stad Mosul en in Noord-Syrië mogen nauwelijks op de warme persoonlijke aandacht rekenen van het journaille.

Het schrijnend verschil in aanpak versterkt het beeld bij veel burgers, hier en in het Midden-Oosten, dat de westerse media zijn los gezongen van de realiteit.

 

(Dit opiniestuk staat ook op de site van Villamedia.)