Go, Go, Go Uruzgan

Gisteren 17 dode Afghanen en acht gewonde Nederlandse militairen in Uruzgan door een zelfmoordaanslag van de Taliban. Waarom zitten we d’r ook al weer?

In Uruzgan bestrijden wij het islamitisch terrorisme?
Aan mijn hoela. Bij geen enkele aanslag New York 11-9-2001, Madrid 11-3 2004, of Londen 7-7-2005 deed een Afghaan mee. Alle daders groeiden op, studeerden of werkten lange tijd in het westen. Voor Nederland schuilt het gevaar eerder in de radicale moskeeën van Amsterdam, Den Haag of Eindhoven. Alleen ontbreekt de politieke moed om dat gevaar kordaat aan te pakken. Dus we trekken en blik militairen open en gooien een bom op wat huizen in Uruzgan. Alleen de naïevelingen onder ons denken dat we goed bezig zijn.

We brengen wederopbouw in Uruzgan?
De verhouding is: 14 miljoen voor de opbouw tegen 600 miljoen euro aan militaire uitgaven. Als je alle beschietingen en bombardementen van het laatste jaar bij elkaar optelt, heeft Nederland meer afgebroken dan opgebouwd.

De Afghanen zijn blij met onze komst?
Dat is de vraag. Nederlandse troepen trekken zelfmoordaanslagen aan zoals recentelijk in Tarin Kowt en Deh Rawod waarbij meer Afghanen dan Nederlanders het slachtoffers zijn. Met massale beschietingen zoals door het pantserhouwitser en met bombardementen door F-16’s in de Chora-vallei maak je evenmin vrienden.

We gaan de strijd winnen maar dat kan nog jaren duren?
Vergeet de overwinning. De Russen probeerden het tussen 1979 en 1989. Hun troepenmacht bedroeg op het hoogtepunt 150.000 manschappen. Ze verloren de strijd, ondanks een materieel overwicht, ten koste van 14.000 doden. Onder de Afghanen vielen zo’n één miljoen slachtoffers.

Karskens je staat alleen!
Zou je willen. Krijgshistoricus Martin van Creveld schrijft in zijn boek ‘De evolutie van de oorlog’ over Nederlandse missies in het buitenland: “Op z’n best kunnen we spreken van schamele, maar goedbedoelde pogingen om de wereld te verbeteren. Op z’n slechts van een enorme verspilling van belastinggeld.”
We zijn dom bezig in Afghanistan, wil ik maar zeggen.