Gaddafi Wijkt Niet

U begrijpt, Ik ben terug in Tripoli waar de dagelijkse luchtaanvallen op de Libische hoofdstad inmiddels een hoog voorspelbaarheidsniveau hebben. Je ligt in bed, hoort een korte fluittoon en direct daarop een harde dreun. BOEM. Je draait je om en slaapt verder. Misschien trillen de ruiten in de sponningen, maar verder klinkt er geen gegil of knetterend luchtafweergeschut. ‘Bij de eerste bommen waren mensen bang. Nu al lang niet meer’, zegt Mohamed, een jonge inwoner van Tripoli, licht triomfantelijk. We drinken fris in een restaurant. Gehesen in een bruin corduroy-jasje, kort donker haar en licht ingevallen wangen wil de fervente aanhanger van de Broeder Leider van geen nederlaag weten. 
We kennen elkaar van mijn vorige bezoek en in de tussentijd belden we regelmatig. Mohamed, die zich een doorsnee jongeman noemt, wijst naar het primaire doelwit sinds de bombardementen op 19 maart begonnen: het hoofdkwartier van Muammar Gaddafi, het circa 30 hectare grote Bab al-Azizia. Iedere avond landt daar wel een explosief. Maar alles van militaire betekenis is inmiddels verkast, weet Mohamed. ‘Ze raken alleen nog lege gebouwen.’

Het is illustratief voor de oorlogsimpasse na drie maanden. Volgens NAVO-bronnen is inmiddels de helft van de militaire capaciteit van Gaddafi buiten gebruik gesteld. Naar de restanten van zijn leger moet met een vergrootglas worden gezocht. Wie de strategische, circa 170 kilometer lange, weg tussen de Tunesische grens en Tripoli afreist, telt zo’n 25 wegversperringen, opgebouwd uit losse stenen en een stuk hout. Er is geen enkele tank te zien. De raket- en radarinstallaties op dit traject zijn al lang uitgeschakeld. Er staan nog wat bunkers vermomd als voorraadschuur, met lemen muren en een rieten dak.

Veiligheidsraadresolutie 1973, die het Libische volk moet beschermen tegen luchtaanvallen, geeft geen mandaat voor het platgooien van elektriteitscentrales of viaducten. De infrastructuur is daardoor grotendeels intact. Boven de olie-installaties ten westen van Tripoli verraden walmende fakkels dat de belangrijkste inkomstenbron van het Arabische land nog steeds geld oplevert. Buiten de militaire doelwitten gaat het leven gewoon door. De laatste drie maanden deden wel de broodrijen groeien, vanwege gebrek aan meel. Veel winkels zijn gesloten. En mensen willen vertrekken. Aan de grensplaats Ras Ajdir klaagt een bewoner met de koffers op zijn autodak gesjord dat hij door de file acht uur moet wachten. Niet de oorlog ‘maar mijn zieke moeder’ noemt hij als excuus om zijn land te verlaten. Bij de benzinepompen is het lang wachten, maar er wordt nauwelijks hardop geklaagd. ‘Ons land is gewend aan tegenwerking’, zegt Mohamed. Tussen 1992 en 2003 werd Libië eerder getroffen door economische sancties van de Verenigde Naties, als straf voor de steun aan het internationaal terrorisme.

Ook komt er weinig nieuws van het front. Ondanks de intensieve luchtsteun van ’s werelds grootste militaire organisatie, de NAVO, hebben de strijders van de rebellerende overgangsregering in Benghazi de laatste negentig dagen nauwelijks grondgebied veroverd. De westelijke scheidslijn ligt nog altijd rond de oliestad Brega. De stad Misrata is in handen van de rebellen, net als een aantal kleinere steden aan de grens met Tunesië. De troepen mogen de hoofdstad tot minder dan 180 kilometer zijn genaderd, maar een doorbraak blijft uit. Mohamed ziet daarin het bewijs van zijn gelijk: ‘De opstandelingen hebben geen steun van de bevolking.’

Voor zijn tegenstanders is het inderdaad even zuchten. Gaddafi, die in de westerse pers wordt afgeschilderd als een dolle hond die strooiend met viagra zijn bevolking terroriseert, zit nog steeds in het zadel. Ook al wisselt hij waarschijnlijk tweemaal per dag van onderkomen. Hoewel de Veiligheidsraadresolutie het verbiedt, zou een liquidatie met een precisiebombardement het probleem voor de NAVO oplossen. Want de oorlog vreet aan het defensiebudget van de lidstaten. Nederland tekent nog voor drie maanden bij. Maar dan is het op, liet Defensieminister Hans Hillen weten. Of tegen die tijd Gaddafi het veld heeft geruimd, is de grote vraag voor alle strijdende partijen. De leider pleit als tijdrekking inmiddels voor verkiezingen, een staakt-het-vuren en er zou sprake zijn van het begin van een nationale dialoog . Voor Mohamed kent de Arabische lente dan ook maar één uitslag. ‘We winnen. Jij nog wat drinken?’

Het hele verhaal plus reacties kunt u nalezen op de website van De Pers.