Bedroefd & Blij


Gisterenavond had ik een slecht moment, dat mag u best weten. Toen las ik op pagina 1 van NRC Handelsblad de kop ‘Politici zien vooruitgang in Afghanistan’. De Kamercommissie voor Defensie was vier dagen in Afghanistan geweest. Dus ga maar uit van 2 volle werkdagen. Die verliepen als volgt:
Ze landden op Kabul. Werden met vliegende vaart weggereden in een zwaar bewaakt konvooi. Spraken in ommuurde complexen met militairen, diplomaten en Afghaanse politici. Vlogen naar Kamp Holland in Tarin Kowt waar ze vervolgens de basis niet afmochten. De Heren Militairen konden niet één van de honderden hulpprojecten tonen. Het zou te gevaarlijk zijn.
Niet gehinderd door enige persoonlijke waarneming riep PvdA kamerlid Martijn van Dam in de NRC dat Nederland er toch ‘ontzettend belangrijk werk’ doet. De hele meute keek over de vestingwal naar de modderhuisjes in de verte en riep hem na: ‘Het gaat daar de goeie kant uit.’
Niks gezien en toch een mening. Het zegt alles over het niveau van onze volksvertegenwoordigers. En dat stemt me bedroefd.
Wilt u wel weten waarom ik ook blij ben. Omdat uit een enquête blijkt dat de helft van de Nederlandse bevolking zich niet met een kluitje in het riet sturen. Die laat zich niét omlullen met gratis vliegtochtjes, inlands eten, zoete verhalen en goedkope tapijtjes. Dat geeft hoop voor de toekomst.

Foto is genomen in Tarin Kowt. Jong meisje verzamelt afval voor de kachel. Vraag me af waarom de volksvertegenwoordiging dit niet zag. Hadden de militairen niks om te tonen? Was het echt zo gevaarlijk? Of was het niet nodig omdat het standpunt over de verlening van de Nederlandse aanwezigheid na augustus 2008 al vaststond voor vertrek?