Aanklacht militairen


Er bestaat in den lande verwarring over de aanklacht tegen Nederlandse militairen in Uruzgan. Ik verduidelijk het deze week in een artikel in Revu en wil u het niet onthouden. Let op:
De eerste aanklacht: Advocaten N. Steijnen en M. Stelling uit Zeist, hebben aangifte gedaan tegen de Nederlandse militaire en politiek-ambtelijke top ‘wegens hun verantwoordelijkheid voor ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht in Afghanistan’. Hun stelling luidt: Defensie zou de burgerbevolking onvoldoende beschermen, gevangenen zouden het risico lopen gemarteld te worden en Nederland zou buitengerechtelijke executies van Taliban-leiders toestaan. De klacht is door het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaard en de twee advocaten hebben beroep aangetekend.
De tweede aanklacht wordt ingediend door de Leidse hoogleraar en advocate Liesbeth Zegveld. Zij meldt zich bij het Openbaar Ministerie namens nabestaanden van slachtoffers van een bombardement vorig jaar op de dorpen Qala-e-Ragh (in juni met zo’n tachtig doden) en het dorp Kakrak (in september met zo’n 76 doden). Zegveld is niet van plan zich makkelijk aan de kant te laten zetten.“Ik ga naar andere bronnen kijken en die naast de feiten leggen zoals verteld door de cliënten. Ik zal ook informatie bij defensie opvragen. Ik zal kijken naar de structuren en bevoegdheden van ISAF en OEF en de relatie tussen beiden. We moeten ook eens kijken of het zinvol is individuele militairen op hun handelen aan te spreken of dat ook de staat als geheel aangesproken moet worden.” Haar zaak ‘in eerste aanleg’ is in voorbereiding.
Twee klachten tegen Nederlands militair optreden binnen een week is een zeldzaamheid. Nog opmerkelijker is dat de betrokken advocaten geen contact hebben. Liesbeth Zegveld wil “geen commentaar” geven op haar collega’s. Advocaat Steijnen zoekt ook geen samenwerking. “Wij willen oorlogsmisstanden in juridische termen vertalen en er periodiek op blijven hameren, tot het Internationaal Strafhof. De sleutel tot succes ligt wellicht bij de concrete zaken van Zegveld.”

De foto heb ik genomen van een boordschutter in een helikopter boven Uruzgan in 2006 en is niet door Defensie gezien. De man heeft overigens niets met een mogelijke aanklacht uitstaande.