17 Jaar maar geen gejuich
Het was geen feest in Den Haag gisteren. Zakenman Frans van Anraat(64) is dan wel in hoger beroep veroordeeld tot 17 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden. Niemand die echt blij keek bij het verlaten van de rechtszaal. “Het vonnis is twee jaar hoger dan de eis van vijftien jaar. We gaan in cassatie,” klonk advocaat J. van Schaik. Ook advocate L. Zegveld, die de slachtoffers vertegenwoordigde, keek sip. Haar eis tot een symbolische schadevergoeding van 680 euro voor vijftien (van de circa 120.000) slachtoffers verwees het hof door naar een civiele rechtbank. “Dat is weer opnieuw beginnen.” De verdachte Frans van Anraat, niet bij de uitspraak aanwezig, baalde ook stevig. Niet alleen voor de 17 jaar, want dat komt neer op zo’n tien jaar effectief. Het hof verweet hem ‘grof winstbejag’ terwijl hij van zijn vieze zaken geen cent heeft overgehouden.
Advocaat-generaal S. Minks, altijd opgewekt, trok ditmaal een zuinig gezicht. Hij had zijn best gedaan maar de rechters (zie foto) vonden volkerenmoord, de ergste misdaad in het strafrecht, niet bewezen. “Heel erg jammer.”
Zelf was ik ook niet echt opgetogen. Van Anraat wist nadat hij de beelden van de aanval op Halabja in maart 1988 had gezien heel goed dat een groot deel van de ruim 2.000 ton gifgasgrondstoffen die hij Saddam Hoessein leverde de uitroeiing van een bevolkingsgroep -mannen, vrouwen én kinderen- als einddoel had. Misschien had hij geen politieke motivatie om mee te werken aan volkerenmoord. Maar dan toch altijd wel een economische om door te gaan met leveringen tot januari 1989. Zo stuurde hij op 20 april 1988, een maand na Halabja, een telex naar Bagdad dat de laatste containers van een zending van 119 ton TDG, grondstof voor mosterdgas, wachtten op de kade van de Jordaanse havenstad Aqaba. Graag wilde hij ook geld zien: ‘a very urgent matter for us’. Onze Frans ten voeten uit.
De tientallen Koerden rolden hun spandoeken voor de gerechtshof snel op. Ditmaal geen feest, zoals bij de uitspraak in eerste aanleg in december 2005. “Die twee jaar extra is voor ons niet genoeg,” zei Amir van het Halabja-Comité.