Weblog

Arnold Karskens interviewt Ebru Umar

maandag 25 april 2016

Ebru Umar: 'Mijn zwakte is dat ik risico niet incalculeer, dat ik het effect van mijn woorden niet besef '

De beste 'migrantenkind'-columniste van Nederland over haar collega's, haar radicalisering, de gestrekte rechterarm van Twan Huys en de prijs die ze betaalt voor moed. 'Ik ben gewend om zonder applaus door het leven te gaan.' (Uit het boek 'Journalist te koop'. 21 gesprekken met vrijdenkers over de Nederlandse media)

In Amsterdam-West tweehoog kleuren de vloeren en wanden wit, de stoelen en het vloerkleed rood en de piano in de hoek zwart. Gastvrouw Ebru Umar (1970), sjaal en een muts in ondefinieerbare pastelkleuren, kan moeilijk stilzitten aan de lange tafel midden in de kamer. Of ze buigt over het bruine tafelblad heen, op mijn verzoek om duidelijk in de opnameapparatuur te praten. Of ze werpt haar rug tegen de leuning als ze naar woorden en scherpe formuleringen zoekt.

Als versnapering zijn bakjes klaargezet met chips, nootjes in een suikerlaag en bonbons in de vorm van kleine eitjes. Uit- sluitend een keurige opvoeding weerhoudt ons ervan die in één keer helemaal leeg te eten. Ik denk: laten we scherp beginnen.

Je afficheert jezelf op Twitter met: 'Ik ben te koop zoals iedere columnist en presentator.' 'Ik kan niet liegen. Het komt niet bij me op om iets te verbloemen. Een smoes verzinnen vind ik iets raars. Dus ja, ik ben te koop. Niet te koop om iets te schrijven wat jij wilt. Je kunt me inhuren als je geïnteresseerd bent dat ik voor jou werk.'

Een Afghaan zou zeggen: 'Ik ben te huur maar niet te koop.'
'Als ze me drie miljoen euro aanbieden om in de Playboy te staan moet je eens kijken hoelang ik erover nadenk. En in de journalistiek geloof ik het al helemaal niet dat mensen niet te koop zijn.'

Arnold Karskens en Ebru Umar

Zijn journalisten gemakkelijk te koop?
'Toen ik voor Metro ging werken was een van de eerste dingen die ik tegen toenmalig hoofdredacteur Jan Dijkgraaf zei: "De krant is een product en jij bent de baas van dat product. Als jij vindt dat ik iets schrijf wat jij niet in jouw product wilt hebben, dan moet je het zeggen." Het is nooit voorgekomen dat hij iets weigerde, maar hij reageerde toen wel met: "We begrijpen elkaar."'

Dat zegt best veel.
'Door de latere hoofdredacteur van Metro, Robert van Brandwijk, ben ik wel eens teruggefloten. Ik had een column geschreven waarom iets als het "Joodse hakenkruis" voorkwam, een combinatie die niet echt smaakvol klonk. Al bij het tikken dacht ik: iedereen gaat hier boos om worden. Robert belde me om vijf uur op, enkele uren voor het drukken van de krant, en zei: "Ebru, het is jouw column. Ik vind het allemaal prima maar ik heb een week lang het cidi met advocaten achter me aan. Moet dit echt?" Ik vroeg: "Wil je een nieuwe column?" "Jááá gráág," riep hij. Dus heb ik een nieuwe column geschreven, want het cidi houdt niet mij maar hem zeven dagen van het werk. Ook zo lullig.'
Maar als Metro een grote advertentiereeks heeft van Shell en jij schrijft in jouw column: 'Shell is een rotonderneming'? Trek je de column dan ook op verzoek terug? 'Dat is een "als"-situatie en die heb ik nooit meegemaakt.'

Ligt er ergens een grens?
'Misschien bij: "Wat schuift het voor mij als ik het niet doe?"'

Oké. Een hoofdredacteur heeft een hekel aan Theo van Gogh. Jij bewierookt Van Gogh en ze willen die column daarom liever niet plaatsen. 'Dan zeg ik: "Ik kom niet in je blaadje."'

Er ligt dus wel een grens?
'Ja. Die grens is persoonlijk. Als het over Shell gaat en ik kan vanwege centen mijn mening niet uiten, dan zou ik vragen: "De krant verdient er geld aan, wat krijg ik?" Dan keihard lachen en zeggen: "Ik schrijf wel een nieuwe column." Ik kan namelijk niet temperen, zoals ik niet kan liegen. Ik kan wel iets negeren en iets niet doen. Maar it's not going to happen dat ik mijn mening over Theo van Gogh ga herzien.'

Hoe hoog is het hek?
'Op een gegeven moment wilde nova, de voorloper van Nieuwsuur, een item over mij maken. Een redactrice had een fantastisch plan; ik als meisje dat zich heeft onttrokken aan de islam. Ze zei: "We komen naar je toe in Amsterdam-West, dan gaan we shoppen op de Ten Katemarkt en daarna in een boerkawinkel in Slotervaart." Ik zei: "Dat meisje ben ik niet. Laten we in Rotterdam de universiteit bezoeken en langs hippe tenten gaan. Dat is mijn wereld." Toen zei ze: "Kijk, Ebru, ik wil je in een hokje stoppen. Misschien voel jij je daar niet prettig bij, maar er zijn heel veel meisjes die debuteren en we maken niet over iedereen een portret. En als je niet meewerkt, dan doen we het niet." Daarop reageerde ik met: "Doen we het toch lekker niet? Zoek maar iemand anders."'

Stoer!
'Het gevolg van deze houding is wel dat ik zakelijk mijn eigen ruiten ingooi.'

Dus achteraf denk je: shit, had ik maar niet zo'n grote mond gehad?
'Ik weet dat ik als ik me anders zou opstellen, ontzettend succesvol kon zijn. Gedwee, zo van: "Matthijs, wat ben je geweldig!" Of: "Jeroen, je bent top!" Dan had ik meer boeken ver- kocht. Meer podia gehad als columnist. Anderen zijn daar veel slimmer in.'

Slim of doortrapt?
'Voor je eigen belangen opkomen vind ik slim. Schrijven is een kutvak qua inkomsten, je verdient er geen drol mee. Dus je moet slim zijn, wil je geld verdienen. Het is wel zo dat ik het stom vind dat mensen met veel minder talent zichzelf beter weten te verkopen. Zo van: "Ze willen dat ik een aapje ben dat kan opzitten, dan doe ik dat toch." Maar dat zegt meer over die mensen dan over mezelf.'
Je bent ook zakenvrouw. Waarom schrijf je dan columns? En inter- views? 'Ik ben in hart en nieren een columnist. Ik heb de mazzel dat ik iets mag doen wat ik kan doen en wat ik leuk vind om te doen: achter een computer zitten en typen. Een column en een interview zijn trouwens twee verschillende disciplines. Bij inter- views afnemen vind ik mezelf een soort van hoer.'

Ebru Umar - foto door Arnold Karskens

Dank je.
'Ga ik je uitleggen. Een column is een gedachtegang. Als ik gefrustreerd raak in het leven om wat er met Nederland gebeurt, is een column een manier om rustig te worden. Maar een interview schrijven voor een publieksblad is een ander persoon een podium geven. Die heeft wat te verkopen, een film, een boek, politiek, whatever. De interviewer is het glijmiddel naar de markt toe. En of ik ze nu interview, of jij ze interviewt of een stagiair, dat boeit ze niet, ze staan in het blad waar de interviewer voor werkt.'

Columns zijn de journalistiek voorbij?
'Toen ik begon met schrijven in 2004 had ik het vak van journalist hoog zitten maar concludeerde al snel: journalisten zijn gasten die betaald worden om stomdronken in de kroeg te hangen en voor de rest af en toe een stuk tikken. Vooral mensen die niet kunnen schrijven noemen zich journalist. Ze werken voor het aflossen van een hypotheek. Niet om hun vak zo onafhankelijk mogelijk uit te oefenen. Ze doen niks wat niet des opdrachtgevers is: die wil geld verdienen en denkt aan winstmaximalisatie. De mensen die deugen in de journalistiek, mensen die ik vertrouw, van wie ik wat aanneem, zijn op de vingers van twee handen te tellen.'

Zie je wel twee soorten journalisten, de avant-garde en de bulk?
'In de tv-journalistiek zie ik een duidelijke tweedeling: "Wij van de Nederlandse Publieke Omroep zijn er voor de verheffende mededelingen, wij staan boven alles!" Dan heb ik het over nos & Co. Ze bedrijven journalistiek ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Om zichzelf te positioneren, zo van: "Kijk mij eens goed doen." Zo verbaast het mij dat iedereen die zich zorgen maakt over de toestroom van asielzoekers bij de npo wordt weggezet als een racist. Ik heb gelezen dat Nieuwsuur-presentator Twan Huys zei: "Of je heet ze welkom of je ontvangt ze met een gestrekte rechterarm." Dan denk ik: je moraliseert terwijl je onafhankelijk hoort te zijn op die plek. Nog erger is dat weinig mensen doorhebben wat hij doet. Dat velen denken: inderdaad, de tegenstanders hebben allemaal een gestrekte rechter- arm. Dus ze moeten welkom zijn.* Daarnaast heb je de media die de stem van het volk vertegenwoordigen, zoals sbs en Koffietijd-achtigen. Ze hebben meer kijkcijfers, dat zegt misschien niks over de kwaliteit maar wel wat over het bereik en het sentiment onder de bevolking.'

Waarom zijn jouw columns goed? In Libelle-termen: wat is jouw geheim?
'De een kan pianospelen. De ander kan balletdansen en weer een ander kan schrijven. Ik heb de mazzel dat ik heel veel mag schrijven, want schrijven is wel iets waar je beter in wordt door het te doen. Je leert dubbelen voorkomen, stopwoordjes gebruiken, schrappen en of een zin loopt. Simone van Saarloos in nrc.next bijvoorbeeld schrijft ontzettend slechte columns. Slechter bestaat niet. Als je die hebt gelezen vraag je je af: waar ging het nu over? Bij elke zin denk je: ik hoop dat ik de volgen- de zin wel begrijp. (Lacht.) Georgina Verbaan schrijft ook neuzelstukjes maar haar observatievermogen in combinatie met de stijl is gewoon heel erg goed. Haar stukken raken, ontroeren zelfs. Zelf observeer ik niet, maar geef een mening. Maar dat blijkt dan ook weer de observatie te zijn van heel veel men- sen, dat is dan weer grappig.'

Wat is jouw streven: de beste columniste zijn van Nederland?
'Ik bén de beste columniste van Nederland! Het feit dat een ander dat moet zeggen voordat je dat bent, is een beetje jammer. Maar ik ben heel gelukkig met mijn eigen overtuiging dat ik de beste ben. Ik zal nooit daarvoor een prijs winnen. Maar ik weet dat ik het ben.'
Ze vraagt of ik nog een kopje thee wil, staat op en loopt naar de keuken. Ik ben nieuwsgierig wat haar voornaam betekent.
Het is een kunstvorm, de gemarmerde pagina die je ziet bij het openslaan van oude gebonden boeken, toont ze even later. Dan wil ik weten waarom ze vorig jaar van de Finse uitgeverij Sanoma het tweemaandelijkse blad fab Magazine kocht, dat in februari 2016 overigens failliet ging. 'Omdat ik me dood verveelde. Mijn leven bestaat uit drie stukjes in de week typen. Als je dat opklopt ben je er twee dagen mee bezig en blijven vijf dagen over om niks te doen.' Als Knabbel en Babbel vallen we weer aan op de voederbakjes en bij het roddelen over toppers en floppers onder de collega's geeft ze hoofdredacteur Pritt van GeenStijl een pluim. 'Wat hij daar de laatste twee jaar heeft neergezet, nu met GeenPeil, daar heb ik bewondering voor. Hij zit in loondienst, ver weg van De Telegraaf maar uiteindelijk is het wel De Telegraaf die zijn salaris betaalt. En toch is-ie niet bang om te schoppen.' In Pieter Klein, de adjunct-hoofdredacteur van rtl Nieuws, is ze daarentegen teleurgesteld. 'Hij debatteerde samen met misdaadverslaggever Peter R. de Vries, D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold en mij in rtl Late Night over Geert Wilders' uitspraak "minder-minder-Marokkanen". Met mijn mening: "Ik heb nooit iemand horen zeg- gen dat ze meer-meer-Marokkanen willen" had ik voor de drie heren afgedaan als een dwaze xenofoob. Ze luisterden niet eens naar mijn argumenten en zaten daar als één front van "j i j bent fout!"'**

De moord op Theo van Gogh in 2004 noemde je een keerpunt. Je schreef toen voor zijn site 'De Gezonde Roker'. 'Ik ben een gelukskind. Tot mijn vierendertigste heb ik geen slechte dingen meegemaakt. Mijn ouders leven nog, ik heb een goede opleiding, bedrijfskunde, en ik ben gezond. En dan een moord op iemand waar je dichtbij staat. De urn van Theo zag ik op de vensterbank staan. Ik weet dat ik alleen kon denken: Theo was zo'n grote man en daar was dit (ze pakt een anderhalveliterfles Spa-water op tafel) van over. Ik ben daarna een jaar depressief geweest. Echt depressief. Mijn spot en humor was ik kwijt. Toen in die tijd een Surinaamse vrouw een Marokkaanse tasjesdief doodreed, dacht ik net als iedereen: mooi zo. Maar mijn zus zei: "Er moet wel een proces komen, want er is iemand dood." Zo erg was ik geradicaliseerd.'

Dat slijt niet?
'Als iemand iets naar me roept, veelal een Marokkaan, en ik versta het niet, doe ik altijd of het iets aardigs is. Dus zeg ik: "Doei en dag." Maar als het onaardig is, en ik hoor het, dan ga ik er met mijn één meter zestig op af. Dat gebeurt steeds va- ker. Ik vind het daarom altijd heel fijn om in Rotterdam te zijn, want daar heb je niet van die rare Marokkanen. Rotterdam is een Turkenstad. Amsterdam is een Marokkanenstad.'

Wat is de meerwaarde van migranten onder columnisten?
'Dat ieder volksdeel vertegenwoordigd moet zijn in het columnistenvak vind ik onzin. Maar zoals een bedrijf waar mannen en vrouwen werken beter functioneert dan een bedrijf waar al- leen maar mannen werken, ben ik ervan overtuigd dat een redactie met een afspiegeling van de samenleving beter is. Ik ben echt anders dan mijn Hollandse vriendinnetjes. Er is reuring. Je blik wordt wijder. Een beetje anders is heel goed.'
Toch vreemd dat jouw grootste criticasters juist migrantencolumnisten zijn. Mano Bouzamour, bijvoorbeeld, zegt dat je 'een slag in de rond- te' lult. 'Mano Bouzamour is een product van uitgeverij Prometheus. Die lieden daar zijn heel goed in marketing en denken: we heb- ben een Marokkaan van de maand nodig. Ze hebben banden met Het Parool en dan is het: "Een column is goed voor de ver- koop van zijn boeken." Handjeklap. Niet omdat hij het kan, maar omdat hij Marokkaan is. Vorig jaar hadden ze een criminele Turk die in de gevangenis Louis-Ferdinand Céline heeft leren lezen. Kijk, dát is racistisch. Je moet een Turkse crimineel aannemen als je ook een Hollandse crimineel aanneemt die net zo slecht schrijft.'

Er bestaat weinig solidariteit tussen de migrantencolumnisten.
'Waarom zou die er moeten zijn? Jij bent het toch ook niet al- tijd eens met alle grote, kale mannen op de redactie? Ik ben trouwens geen migrantencolumnist. ik ben een migranten- kindcolumnist. De reden dat ik niet gepromoot word, is om- dat ik goeie columns schrijf maar niet de modelallochtoon ben waarmee ze kunnen dwepen. Iemand die (zware stem) "Dank je wel. Ik ben je zo dankbaar" zegt. Ik toon mijn middelvinger.'

Wat is je krachtigste zin ooit?
'Oei. Een maand geleden schreef ik een column en dacht: dit is misschien mijn beste column ooit. Over het verschil tussen gelukzoekers en vluchtelingen. Dat er altijd gelukzoekers zullen zijn. En hoe het is om een kind te zijn van gelukzoekers. nrc Handelsblad weigerde 'm. Toen dacht ik: dan stoppen we 'm toch lekker in de Metro. Maar daarna schreef ik een column voor GeenStijl over het in september 2015 in de Egeïsche Zee verdronken Syrische vluchtelingenjongetje Alan en zijn vader. Ook erg goed. En daarna een column over de hypocrisie jegens Elsevier, toen dat blad bekendmaakte wie er achter die vader schuilde. Alles van mij is goed, maar niet alles heeft dezelfde kwaliteit. Dus ik kan niet zeggen wat het beste is. Wel kan ik af en toe iets nalezen en denken: yes, dat heb ik goed opgeschreven!'

Loopt door al jouw columns een rode draad?
'Nee.'

Je bent dus misbaar?
'Ik ben net zo misbaar als jij dat bent.'

Ik ben onmisbaar. Als ik de onderzoeken niet had gedaan naar oorlogs- misdadigers als Frans van Anraat en de schietincidenten in Irak en Afghanistan niet had onderzocht, was het nooit gedaan. 'Datzelfde geldt voor mij. Ik schrijf in iedere column een zin die nog nooit eerder is geschreven en mijn columns doen er allemaal toe. Maar als ik er morgen niet meer ben, dan huilt mijn moeder een week, daarna gaat iedereen weer over tot de orde van de dag. Vervolgens komt er een herschikking.'

Maar je hebt toch wel een boodschap?
'Ik heb geen boodschap. Ik sta heel cynisch in het leven. Als ik morgen doodga, zal er van alles om me heen gebeuren over mij en ik zal van boven spugen op die mensen. Want dan besta ik opeens wel.'

Je bent de Willem Ruis van de columnistiek, de grote erkenning komt na de dood? 'Daar geloof ik in, dat is erg Nederlands. Maar dat wil niet zeggen dat wat ik doe slecht is. Maar het leidt tot niks, behalve dan dat ik er gelukkiger van word.'

Emotioneert jou de miskenning?
'Nee.'

Dat is geen façade?
'Nee.'

Is bevestiging niet belangrijk voor een columnist?
'Applaus is voor iedereen belangrijk. Ik ben gewend om zonder applaus door het leven te gaan. Toen ik aan fab Magazine met uitgever Sandy Wenderhold werkte, kreeg ik alleen maar complimenten. Dat was een nieuwe wereld die voor me openging.'

Wie is jouw doelgroep?
'De gemiddelde vrouw voor Libelle, de hoogopgeleide jongeren voor GeenStijl en de werkende mensen die gebruikmaken van het openbaar vervoer voor Metro. Fijn aan mijn podia is dat het allemaal slimme mensen zijn.'

Voor welk blad zou je nooit een column willen schrijven?
'Ik ga nooit meer in Het Parool staan. Die Mano Bouzamour heeft me in zijn column dood gewenst. Dat je als hoofdredactie zoiets toestaat, vind ik al niet kunnen. Maar Het Parool had eerst een tweet rondgestuurd met daarin: "Ebru zou naar een festival moeten gaan." Want daar was net een Antilliaan overleden na een nekklem van de politie. Vervolgens veranderde Het Parool die tweet. Toen werd ik pas echt boos. Je mag me dood wensen, maar sta er dan ook achter!'

In 2006 kreeg je een slag in het gezicht. In 2013 deed je aangifte van tweeduizend beledigingen en bedreigingen via internet en Twitter. Zo- iets heeft vast invloed op je schrijven? 'Het gaf stof voor een hilarisch stuk. Ik wist niet dat er zoveel manieren waren om mij te doden, te verkrachten en aan te ran- den. Vervolgens werd ik gebeld door de politie, die zei dat ik aangifte moest doen. Dat heeft drie uur gekost en niks opgeleverd.'

Ik bedoel: misschien word je door de druk van de beledigingen wat voorzichtiger in je woordgebruik? 'Nee, niet. Tot groot verdriet van mijn moeder. Die heeft er slapeloze nachten van. Het zijn wel altijd Marokkanen. On- line heel veel Turken. Ook autochtonen die zeggen over mijn kritiek: "Nou, je kunt ook oprotten als je al die vluchtelingen hier niet wilt." Dan denk ik: als ik moet oprotten moeten al die blanke Nederlanders dan ook oprotten die tegen vluchtelingen zijn? Het zijn vervelende opmerkingen, maar ik vind het ook fijn om ze terug te pesten. Vooral als ik me verveel.'

Zie je de aanvallen ook als een bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting? 'Nee, maar mijn zwakte is wel dat ik risico niet incalculeer. Dat ik het effect van mijn woorden niet besef.'

Heb jij het idee dat je er minder bij stilstaat dan anderen?
'Ik heb ook wel eens geschreven dat ik Halina Reijn een huppel- kut vind. Mijn kringen vonden het fantastisch maar de grachtengordel vond dat je Halina niet mocht aanvallen. Halina is een topwijf. Als Jan Mulder die column had geschreven, dan was dat een topman geweest die een column over een zeikwijf had geschreven. Maar nu verwacht men vrouwelijke solidariteit met een hysterica.'

Maar die Halina zal jou niet in elkaar slaan.
'Wat ik wil zeggen is dat de reacties daarop om te huilen zijn. Dat zijn politiek correcte reacties van mensen die je fantastisch vinden zolang je Marokkanen de grond in schrijft. Maar als je Halina de grond in schrijft, dan heb je afgedaan. Dat vind ik pas fout.'
Ooit gevraagd voor de A I V D ? Om te vertellen wie je allemaal ontmoet? 'Nee. Ik ben niet interessant. Ik ben een vrouw. Van allochtone afkomst. En ik ben te eerlijk. Ik zou er meteen een column over schrijven. Tenzij ze me heel veel geld bieden, dan wil ik er wel over nadenken.'

Voor je nieuwe vaderland doe je dat toch? Er wordt stevig geronseld onder migranten. 'Echt waar? Ik denk dat ze mij niet vertrouwen. Terecht. Mijn loyaliteit is nooit aan de hiërarchie.'

Je bent een rechtse bitch met humor, volgens de Volkskrant in 2004. 'Dat is aardig complimenteus. Volkskrant & Co dachten na de moord op Van Gogh: die Umar, she will fade away. Journalist Hans Nijenhuis zei pasgeleden tegen mij: "Je hebt een goed pennetje." Toen voelde ik me wel beledigd. Ik schrijf al tien jaar. Als je niet goed bent, houd je dat niet vol.'

Andere stelling: zonder serieuze journalistiek gaat Nederland aan na- iviteit ten onder. Jij bent belangrijk als actieve immunisatie tegen de krankzinnigheid van de Nederlandse samenleving. 'Ik ben totaal niet belangrijk. A nobody. De fout die de journalisten maken is zichzelf serieus nemen. Je bent net zo belangrijk als het medium waarin je publiceert. Als Metro me er morgen uit dondert, ben ik weg. En Metro bestaat nog.'

* Reactie Twan Huys:
'Vanzelfsprekend is de zin in de introductietekst niet de mening van de Nieuwsuur-presentator, dat is nooit zo. De reportage van Duitsland-correspondent Jeroen Wollaars op 21 augustus 2015, uitgezonden bij Nieuwsuur, ging over de stad Freital, bij Dresden, waar de neonazipartij Der Dritten Weg zich fel manifesteerde en demonstreerde tegen de komst van vluchtelingen. Daarbij ging de rechterarm omhoog. De Duitse Binnenlandse Veiligheidsdienst waarschuwt in die periode voor mogelijk geweld van Der Dritten Weg. De neonazipartij staat tegenover Duitsers die vluchtelingen juist wel willen op- vangen. Overal in Duitsland speelt op dat moment deze tegen- stelling. Het land is gespleten. De zin in de introductietekst, die slechts de reportage aankondigt en geen mening uitdraagt, slaat dan ook op de situatie zoals de Duitsland-correspondent die op dat moment aantreft in Freital. Het heeft dus niets van doen met de opinie van de presentator, noch van Nieuwsuur.
Ik vraag me overigens af of Umar de reportage zelf wel heeft gezien, want daarin werden beide kanten belicht. Nieuwsuur heeft talloze reportages gemaakt over mensen die zich, in Umars woorden, zorgen maken over de vluchtelingenstroom, in Nederland, maar ook in andere landen in Europa, zoals Frankrijk, Polen of Duitsland. De veronderstelde moralisering is aantoonbaar onjuist, net als de stelling dat "iedereen die zich zorgen maakt over de toestroom van asielzoekers" door Nieuwsuur "zou worden weggezet als racist". We staan bij Nieuwsuur open voor kritiek en zijn niet perfect, integendeel. Maar het zou wel fijn zijn als we de discussie kunnen voeren op basis van feiten.'

** Reactie Pieter Klein:
'Ik werd niet uitgenodigd om een front te vormen; ik lichtte de Wilders-column namens de hoofdredactie van rtl Nieuws toe. Ik ga niet over wie daar verder aan tafel zaten. rtl Nieuws zei een keer "Boe" tegen Wilders, niet tegen degenen die daar weer op reageerden. Maar het staat Ebru Umar uiteraard vrij teleurgesteld te zijn en een andere mening te hebben.'

Over 'Journalist te koop':
Welke journalist is anno 2016 nog te vertrouwen? Wie zijn de besten in het vak? En hoe goed of slecht is de nieuws-voorziening in de vaderlandse kranten en op televisie eigenlijk? Het antwoord komt van de fine fleur van onze journalistiek, onder wie Henk Hofland, Theodor Holman, Joris Luyendijk, Rudie van Meurs, Alexander Münninghoff, Annabel Nanninga, Xandra Schutte en Udo Ulfkotte. De 21 geïnterviewden, van 'zeer links' tot 'uiterst rechts', hebben een gezamenlijke zorg, constateert Arnold Karskens, namelijk dat de onafhankelijke journalistiek in deze tijd zwaar onder druk staat. Oorzaken zijn onder meer de oprukkende commercie, de bezuinigingen op redactiebudgetten, bemoeizuchtige voorlichters en serieuze terreurdreigingen. Ook recente ontwikkelingen als de aanslagen in Brussel en de Panama Papers, komen in het boek aan de orde. Een uniek tijdsbeeld van het functioneren van de journalistiek.

Journalist te koop - boek door Arnold Karskens - 2016

Check Arnold Karskens

Boeken van Arnold

Help, er staat een terrorist in de keuken - door Arnold Karskens
December 2016: Help, er staat een terrorist in mijn keuken - tips en overlevingslessen bij een terreuraanslag thuis, op het werk of op het terras. Bestel

 
journalist-te-koop-arnold-karskens
April 2016: Journalist te koop, over de onafhankelijke journalistiek die zwaar onder druk staat. Hoe corrupt zijn onze media? Bestel
 
boekzor
Medeverantwoordelijkheid van de vader van Koningin Máxima bij honderden verdwijningen. Bestel.
 
boekcover2
Hét overlevingshandboek voor gevaarlijke gebieden Bestel
 
De jacht op Gestapo-man Klaas Carel Faber
 
Het verhaal over de grootste Nederlandse oorlogsmisdadiger.
 
geen_cent_spijtKLIK HIER VOOR Meer boeken